Voorwaarden en richtlijnen zelfcoaching Voordat je een ander kunt coachen, zul je eerst jezelf effectief moeten coachen. Voorwaarden voor leren coachen
- Kennis van wat juist en wat onjuist coachingsgedrag is.
- Bewustzijn door herkenning en erkenning van het eigen gedrag als coach.
- Inzicht in de kloof tussen het eigen gedrag (2) en het juiste gedrag (1) als coach.
- Vaardigheid in het toepassen van de juiste coachingsvaardigheden
- Bereidheid om het eigen gedrag te veranderen
- Ontwikkeling door opleiding, training en vorming om aan eigen kennis, bewustzijn, inzicht, vaardigheid, gedrag en attitude te kunnen werken.
- Ondersteuning van de omgeving zoals de organisatie, chef en collega’s om in de werksituatie te veranderen door toetsen, uitproberen, toepassen, feedback, gesprekken en coaching.
Drie soorten coaches Van Galen en Kuipers onderscheiden drie soorten coaches:
- De manager als coach: heeft een hiėrarchische relatie met zijn medewerkers. Coacht op organisatiedoelen en persoonlijke doelen. Zowel on the job als off the job gesprekken.
- Interne coach: een oudere medewerker, personeelsmanager of trainer. Coacht op persoonlijke doelen zonder dat er een hiėrarchische relatie tussen beide bestaat.
- Externe coach: richt zich van buiten de organisatie op de persoonlijke doelen van de gecoachte.
Motiveren als middel tot ontwikkeling
- Zeven acties helpen u op weg:
- Werk als coach aan uw innerlijke overtuiging
- Win het vertrouwen van de medewerkers
- Bevorder de positieve gevoelens van de medewerkers
- Besteed aandacht aan beleid, werkomgeving en relaties
- Maak de werkinhoud en werkmogelijkheden uitdagend
- Stem de uitdagingen af op de competenties van de medewerker
- Zorg voor terugkoppeling en regelmatige feedback.
|