Leerstijlen van Kolb

Leerstijlen van Kolb Er kunnen globaal vijf soorten problemen worden onderscheiden.
  1. Analyseproblemen: Problemen die door middel van analyse kunnen worden opgelost.
  2. Zoekproblemen: hierbij gaat het om het zoeken naar verschillende mogelijkheden om hetzelfde doel te bereiken.
  3. Constellatieproblemen: bij deze problemen gaat het om het bijeenbrengen van meerdere elementen zodat een complex bouwsel ontstaat.
  4. Keuzeproblemen: hierbij gaat het om de vraag in welke mate verschillende oplossingen bijvoorbeeld, voldoen aan de gestelde criteria.
  5. Consequentieproblemen: hierbij gaat het om het trekken van logische conclusies of het in kaart brengen van consequenties.
Iedereen heeft zijn eigen manier om problemen en situaties aan te pakken. De organisatiedeskundige Kolb heeft onderzocht hoe mensen situaties benaderen en daaruit leren.

Kolb onderscheidt twee dimensies van leren:

  • Concreet leren versus abstract leren
  • Actief leren versus passief leren.

De leervermogens die daarbij horen kunnen worden afgebeeld op een leercirkel, zie onderstaande afbeelding:
Leerstijlen van Kolb
De leercirkel beschrijft een ideaal leerproces in vier fasen. Door onze ervaring (Concrete Ervaring) stuiten we op een tekort in onze kennis of ons handelen. We nemen afstand en observeren (Reflectieve Observatie) wat er precies aan schort.

De observaties plaatsen we in een theorie of een model (Vorming van Abstracte Begrippen en Theorieën): we generaliseren onze ervaringen en observaties tot een 'wetmatigheid' en zoeken naar oorzaken. Uit de theorie leiden we een plan van actie af dat in de praktijk moet worden getoetst of het werkt of niet (Actief Experimenteren in nieuwe situaties). Voor een optimaal leerproces zou iemand over de vier verschillende leervermogens moeten beschikken en ze al naar gelang taak en omstandigheid paraat moeten hebben, want deze vier polen zijn even belangrijk voor een compleet leerproces. Leren vindt plaats in het spanningsveld tussen de vier polen die door onderlinge combinaties vier leerstijlen opleveren.

In werkelijkheid bestaat zo'n allrounder niet en hebben we ons gespecialiseerd in één of twee stijlen van leren. Mensen zijn geneigd de leerfasen waarin ze niet sterk zijn over te slaan. Een voorbeeld: men ervaart een probleem (Concrete Ervaring) en schiet gelijk door naar een oplossing (Actief Experimenteren). Omdat het probleem niet goed wordt bekeken (Reflectieve Observatie) en/of niet onder een algemene noemer wordt gebracht (Vorming van Abstracte Begrippen en Theorieën), is de kans groot dat men of het verkeerde probleem aanpakt of een foute oplossing kiest. Kortom in de praktijk zullen we het leervermogen waar we goed in zijn, benadrukken en waar we zwak in zijn, zullen we verwaarlozen. Door samenvoeging van steeds twee leervermogens onderscheidt Kolb vier afzonderlijke leerstijlen. Hieronder volgen de beschrijvingen van de vier leerstijlen:

1. De ontwikkelaar (Concrete Ervaring/Reflectieve Observatie)
De ontwikkelaar blinkt uit in waarneming van wat om hem heen gebeurt en heeft tegelijk ook een sterke verbeeldingskracht en fantasie. Door zijn observatievermogen houdt hij zijn omgeving scherp in de gaten en ziet kansen die anderen niet hadden vermoed. De ontwikkelaar staat open voor concrete ervaringen, reflecteert daarop en beschouwt ze vanuit verschillende gezichtspunten. Hij is in staat creatief en buiten kaders te denken. Hij verzameld feiten en 'herkauwt' ze lange tijd alvorens tot conclusies, een eigen mening te komen. Het verzamelen en analyseren van gegevens is voor hem dermate belangrijk, dat hij het nemen van beslissingen zo lang mogelijk uitstelt. Hij is secundair reageerder, een kat uit de boom kijker, een volger. Hij zal definitieve keuzes vaak opschuiven, omdat hij steeds weer nieuwe alternatieven ziet. Hij is een detaillist. Hij houdt ervan anderen in actie te zien, ook al komt hijzelf niet zo snel in beweging. De ontwikkelaar kan goed naar anderen luisteren en zal zijn eigen standpunten pas laat in brengen. Hij is sterk in de beeldvormingsfase. Hij kan anderen stimuleren voor samenwerking en betrokkenheid. Zijn timemangement-probleem is dat hij geen overzicht houdt, te veel en te snel op detailniveau communiceert en geen beslissingen neemt.

2. De denker (Reflectieve Observatie/ Vorming van Abstractie Begrippen en Theorieën)
Het verschil tussen de denker en de ontwikkelaar is, dat de denker de afzonderlijke observaties niet herkauwt of reflecteert, maar ze in een theoretisch begripskader plaatst, omdat ze pas dan betekenis voor hem hebben. Hij kan dingen heel goed een plaats geven, op een rij zetten en logisch ordenen, zonder zich te laten meeslepen door emoties omdat hij minder dan de ontwikkelaar openstaat voor concrete ervaringen. Logica, objectiviteit en nauwkeurigheid staan voorop. Hij is iemand die argumenteren erg belangrijk vindt. Hij let niet op non-verbale communicatie en is taakgericht. Hij heeft weinig oog voor sfeer en commitment. De denker is een perfectionist, die niet rust voor alle feiten netjes in zijn schema passen. Zijn zwakte is dat zijn theorie altijd 'klopt'. Zijn timemanagement-probleem is dat hij bezig is de wereld in zijn concept te passen. Hij heeft meestal geen behoefte zijn abstracte begrippen te toetsen aan de praktijk (Actief Experimenteren in nieuwe situaties). Hij is vaak moeilijk op andere gedachten te brengen, als dat betekent dat hij zijn referentiekader moet opgeven.

3. De beslisser (Vorming van Abstracte Begrippen en Theorieën/Actief Experimenteren in nieuwe situaties)
De beslisser scoort hoog op abstracte begripsvorming en actief experimenteren: hij wil ideeën, theorieën en modellen uitproberen, snel toetsen aan de praktijk. Hij is een ongeduldig iemand. Zijn filosofie luidt: als het werkt, is het goed. Hij is de pragmaticus. De drang om te beslissen kan zo sterk zijn dat de kwaliteit in het gedrang komt: beter een foute beslissing dan geen beslissing. Zijn timemanagement-probleem is dat hij achteraf zaken moet corrigeren. Zijn sterke interesse in resultaten ('zaken') betekent dat het sociale contact met anderen niet hoog op zijn prioriteitenlijst staan. Hij kan goed delegeren. De beslissers zullen vooral niet met hun emoties te koop lopen. Zij gaan recht op hun doel af, zonder omwegen en reageren daarom met ongeduld en verveling op discussies, die - in hun ogen - geen tastbaar resultaat opleveren. Hij ergert zich aan de ontwikkelaar.

4. De doener (Actief Experimenteren in nieuwe situaties/Concrete Ervaring)
Deze leerstijl is de tegenpool van de denker (Reflectieve observatie/Vorming van Abstractie Begrippen en Theorieën). Hoog genoteerd staan bij de doener het actief experimenteren en het concreet varen. Hij heeft zijn handen nooit op zijn rug. Bij een probleem van een ander zal hij het voordoen. Zijn timemanagement-probleem is dat hij alles aanpakt, slecht prioriteiten stelt, zich daar niet goed aan houdt en moeilijk kan delegeren. De sterkte van deze stijl is de flexibiliteit: het openstaan voor en zich laten bijsturen door praktische ervaringen. De doener is ruimdenkend (niet gehinderd door theoretische schema's) en enthousiast voor alles wat nieuw is. zijn filosofie: alles moet een keer worden uitgeprobeerd. Zo gauw de opwinding van een activiteit wegebt, kijkt hij uit naar de volgende. Uitdaging en risico hoort bij het ondernemerschap van de doener. Hij kan goed met mensen opschieten. Hij is meestal de gangmaker in gezelschappen. Hij moet meer dan de andere stijlen afgaan op de informatie van anderen en op zijn intuïtie. Meer dan de beslisser, denker en ontwikkelaar is hij bereid risico's te nemen. De doener heeft het vermogen zich snel aan concrete situaties aan te passen. Waar de plannen of theorieën niet kloppen met de feiten, zal hij gemakkelijk de theorieën laten schieten (in tegenstelling tot de denker, die de feiten verwerpt). Hij neemt weinig afstand van het gebeuren. Neemt weinig tijd om overzicht te nemen. De doener valt op door zijn snelle reacties, zijn humor en zijn centrale plaats in gezelschappen. Stil zitten en passief luisteren naar abstracte lesstof is niets voor hem. Hij moet worden uitgedaagd en taken krijgen waar hij zijn tanden in kan zetten.

De bovenstaande typeringen zijn hier zwart-wit afgeschilderd om ze beter herkenbaar te maken. Zoals gezegd hebben we de neiging ons te specialiseren in een stijl te kosten van de andere. Aan de andere kant hebben we van alle stijlen wel iets 'in huis', waardoor bijvoorbeeld een typische doener zich (vaak met enige moeite) kan verplaatsen in een denker en omgekeerd. We dienen te bedenken dan de ene leerstijl niet beter of belangrijker is dan de andere. Elk bedrijf mag hopen managers en medewerkers in dienst te hebben die samen alle stijlen vertegenwoordigen.
Alleen zo kunnen zij elkaar aanvullen, corrigeren en in evenwicht houden. Afhankelijk van de soort producten, marktsituatie en fase van ontwikkeling kan een organisatie de ene stijl harder nodig hebben dan de andere.

KENMERKEN LEERPROFIEL WAAR WORDEN ZE VOOR INGEZET

ONTWIKKELAAR (concreet ervaren en reflectief observeren)
- grote verbeeldingskracht - informatie verzamelen
- veelzijdige belangstelling - nieuwe ideeën vinden
- mensgericht - innovatie
- rijk aan emoties - meningen en gevoelens peilen
- ziet veel oplossingen - in de conceptfase van een project
- beziet situaties vanuit meerdere invalshoeken
zwak: besluiteloosheid

DENKER (reflectief observeren en abstract denken)
- theoriegericht - de zaken analyseren
- trekt veel conclusies - achtergronden verkennen
- deductief redeneren - detailplanningen uitwerken
- kan goed plannen en schema's maken - in de analysefase van een project
- werkt systematisch en nauwkeurig
zwak: geen praktische toepassingen

BESLISSER (abstract denken en actief experimenteren)
- durft te beslissen - besluiten nemen
- meer ding- dan mensgericht - strategie bepalen
- houdt emoties in toon - meten en evalueren
- weegt voors en tegens - in de planfase van een project
- zet ideeën om in daden
- door deductief redeneren naar een specifiek probleem komen
zwak: het verkeerde probleem oplossen

DOENER (actief experimenteren en concreet ervaren)
- wil aanpakken - strategie in doel vertalen
- is praktisch, doelgericht - problemen oplossen
- doelbewust - nieuwe zaken op gang brengen
- wil resultaten zien - plan realiseren
- durft risico's te nemen - in de uitvoeringsfase van een project
- kan goed met mensen omgaan
zwak: hard werken aan verkeerde zaken

Advertentie
© Xind Media 2007-2009 | Contact | Privacy verklaring